Bouwfysica

jul 6, 2016

Afstudeeronderzoek naar het comfort binnen het gebouw

Afbeelding1.png Luchtsnelheid.JPG

Onderzoeksopzet
Afgelopen half jaar heb ik onderzoek gedaan naar het comfort binnen het gebouw volgens Programma van Eisen en de gebruiker. Het idee is ontstaan na het bestuderen van verschillende onderzoeken over comfort- en gezondheidsklachten die veroorzaakt worden door het binnenklimaat.

In het onderzoek is gekeken naar het comfort binnen het gebouw door middel van een praktijkevaluatie. De praktijkevaluatie bestaat uit een enquête onder gebruikers, metingen in het gebouw en een interview met de opdrachtgever. De evaluatie is vergeleken met het Programma van Eisen, waarvoor vervolgens verbetervoorstellen zijn opgesteld. Voor het bepalen van het comfort in het gebouw is er voor het onderzoek een casestudy uitgevoerd. De casus heeft betrekking op een onderwijsgebouw voor kinderen met een zintuiglijke beperking en daarnaast een andere handicap. Zij krijgen hier de mogelijkheid om zich op het gebied van communicatie en taal te ontwikkelen. Vanwege de specifieke doelgroep is het comfort in het gebouw hier bijzonder van belang.

Onder het comfort wordt het thermisch comfort, de luchtkwaliteit, het visueel comfort en het akoestisch comfort verstaan. Het comfort wordt door de omgeving, de bouwkundige kwaliteit, de installaties, de mogelijkheden tot het aanpassen van het comfort en de activiteiten van gebruikers beïnvloed. Door een juiste integratie van deze onderdelen wordt een goed comfort in het gebouw voor de gebruiker verkregen.

Prestatieniveau
De huidige prestatie van het gebouw is door middel van een aantal metingen bepaald. Naar aanleiding van de meetresultaten blijkt dat een aantal waarden niet voldoen aan de gestelde eis uit het PvE. De verlichting komt slechter uit de metingen dan de waarden die hier vooraf aan gesteld zijn. Ook de relatieve luchtvochtigheid wijkt af van wat oorspronkelijk ontworpen was. De eis van 30% tot 70%, met een mogelijke afwijking gedurende 5% van de gebruikstijd, wordt niet gehaald in de meetperiode van maart tot en met april. Hierdoor kan het zijn dat de gebruikers de luchtkwaliteit als onprettig ervaren. De temperaturen en de CO2-concentratie voldoen wel aan de gestelde eisen. De constante temperatuur, welke tijdens de ontwerpfase is opgenomen, wordt bevestigd door de metingen. Zo is de operatieve temperatuur tijdens gebruikstijd niet lager dan 20°C. Daarentegen voldoet de luchtsnelheid niet aan de gestelde eisen uit het PvE. Op verschillende hoogtes en verschillende posities in de ruimte is de luchtsnelheid gemeten. Hiermee is het gemiddelde van de ruimte bepaald. De maximale gemeten luchtsnelheid is 4 maal hoger dan in de winter wordt geëist.

Ervaringen gebruikers
Aan de hand van een enquête is de tevredenheid en de ervaring van de gebruikers achterhaald. Men ervaart meer hinder van het zonlicht dan van de aanwezige kunstverlichting. Het is daarom belangrijk om een goede zonwering te hebben om het daglicht voldoende te kunnen weren en zonnewarmte in een bepaalde mate buiten te houden. De temperatuur wordt uiteenlopend ervaren. Dit geldt voor zowel verschillen tussen de oriëntaties als tussen de seizoenen. Uit de resultaten blijkt dat men het gebouw ervaart als afgesloten van de buitenconditie. Dit komt voornamelijk omdat er bij een groot deel van de onderwijsruimte niet de mogelijkheid is om een raam te openen. Tegelijkertijd heeft dit ook een effect op de ervaring van de luchtkwaliteit. Men ervaart de luchtkwaliteit als vrij droog, waardoor bepaalde klachten naar voren komen. Ook wordt tocht ten gevolge van de ventilatielucht door meer dan de helft van de respondenten vaak ervaren. De akoestiek wordt grotendeels als goed beoordeeld. De meeste geluidshinder wordt tussen de verschillende ruimten ondervonden. Deze klachten worden gekoppeld aan de luchtgeluidsisolatie en de contactgeluidsisolatie.

Oorzaken verschillen tussen de opgestelde eisen, metingen en ervaringen
Uit het onderzoek blijkt dat veel discrepanties zijn ontstaan tijdens het bouwproces en tijdens de gebruiksfase. Hiernaast zijn maar enkele discrepanties de oorzaak van niet goed geformuleerde eisen. Het borgen van de kwaliteit gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces is daarom zeer belangrijk. Met behulp van het Programma van Eisen Frisse Scholen 2015 is gekeken hoe bepaalde discrepanties opgelost kunnen worden. In dit document wordt gesproken over verschillende prestatieklassen, waardoor duidelijk wordt wat de invloed van een bepaalde eis op het comfort is en in welke mate deze eis per klasse verschilt. Aan de hand van de resultaten van de metingen en de enquête is gekeken welke eisen noodzakelijk zijn om te veranderen. Het kan hierbij mogelijk zijn dat eisen worden verhoogd of verlaagd.

Conclusie 
Het is van belang om de functie van het Programma van Eisen in het bouwproces vooraf vast te stellen. Een goed Programma van Eisen zorgt niet automatisch voor een goed kwalitatief gebouw. Om de kwaliteit te borgen en de opgestelde prestaties te realiseren is het noodzakelijk om tijdens het bouwproces in zowel de ontwerpfase als de uitvoeringsfase de eisen te toetsen en eventueel bij te sturen. Daarnaast moet voor een goed comfort na oplevering de kwaliteit van het gebouw worden geborgd door dit frequent te toetsen. Tijdens het bouwproces dient een integratie van de bouwfysische details met de bouwfysische eisen te worden opgesteld, zodat een goede uitvoering van deze aansluitingen wordt gewaarborgd.

Er zijn meerdere onderdelen die moeten worden aangescherpt om het comfort binnen het gebouw te verbeteren. De belangrijkste bouwfysische verbetervoorstellen voor het Programma van Eisen zijn:

  • “Het blijkt dat de tevredenheid van de gebruikers verbetert wanneer er mogelijkheden tot het individueel beïnvloeden van de thermische situatie, ventilatie of verlichtingsniveau in het gebouw aanwezig zijn. Het opstellen van gebruiksinstructies voor de mogelijkheid tot individueel beïnvloeden is essentieel.”
  • “Het toepassen van te openen ramen op een hoogte van 1,8 meter wordt aangeraden, om zo een comfortabele luchtstroom te realiseren en  te voldoen aan de eisen voor de veiligheid van de leerlingen.”
  • “Voor het voorkomen van een te droge lucht, een te hoge luchtsnelheid en een te hoge CO2-concentratie wordt geadviseerd om CO2-gestuurde ventilatie toe te passen. Hiernaast dient tijdens het ontwerp een berekening van de te realiseren luchtbevochtiging gemaakt te worden.“
  • “Wanneer de keuze van verwarming uitgaat naar vloerverwarming en er een zwevende dekvloer is toegepast, is het noodzakelijk om ter plaatse van deuropeningen grenzend aan een onderwijsruimte de vloer te voorzien van dilataties, waardoor het contactgeluid onderbroken wordt.”

Reacties

Voeg een reactie toe




Annebel Formsma Annebel Formsma

Instituten

Registratie onderwijs

Maak hier een onderwijsprofiel aan. Dit kan alleen als je werkzaam bent bijl een onderwijsinstelling.

> Registeer